
Linda Uding woont op locatie Davidshof: ‘Ik kan oprecht zeggen dat ik gelukkig ben’.
Op een koude dag eind november staat een afspraak gepland met mevrouw Uding voor de Verbinding. De Onze Lieve Vrouwetoren is deze grijze dag helemaal in de mist verdwenen. Maar zodra ik de kamer van mevrouw Uding binnenstap, voelt alles warm. Niet alleen door de temperatuur, maar vooral door haar hartelijke ontvangst. De deur zwaait open en mevrouw zit met een glimlach bij het raam.
Linda Uding is zeventig jaar en woont inmiddels ruim twaalf jaar bij St. Pieters en Bloklands Gasthuis. Ze vertelt haar verhaal rustig en helder. Soms vrolijk, soms serieus. Ze kijkt graag vooruit, dat zegt ze meerdere keren, en misschien is dat wel de rode draad door haar leven. In 2011 kreeg ze de diagnose primaire progressieve MS, toen nog maar 55 jaar oud. ‘Het gebeurt geleidelijk,’ zegt ze. ‘Maar niemand weet hoe snel het gaat. Ik werd afhankelijk van zorg, en dan moet je keuzes maken. Dan moet je ineens verzorgd gaan wonen.’
Het is een ingrijpende gebeurtenis waar ze nuchter over praat. Gewoon zoals het was.
Elke dag en een nieuwe dag
Ze woonde eerst in Vathorst en later, toen locatie Davidshof na verbouwing weer openging, keerde ze terug. ‘Mijn leven is klein geworden,’ vertelt ze. ‘Ik kan niet meer lopen, dus alles wat ik nodig heb staat om mijn stoel heen. Maar dat is genoeg.’ Ze puzzelt fanatiek, met links, want rechts lukt niet meer, en luistert naar luisterboeken. Ze kleurt en aquarelleert. ‘Ik verveel me nooit. Ik heb elke dag iets te doen. Elke dag verzin ik een nieuwe taak.’ De zorgmomenten door de dag heen verlopen op een manier die bij haar past. Dat is iets wat ze in het gesprek een paar keer herhaalt: dat er naar haar geluisterd wordt, dat de zorg haar ziet zoals ze is. ‘Daar wordt rekening mee gehouden. En als het niet meer gaat, zijn ze er voor me. Dat geeft een veilig gevoel.’
Niet eenzaam
Eten beneden doet ze niet; het is te druk, te veel prikkels. ‘Ik word snel moe,’ zegt ze, ‘maar ik voel me niet eenzaam. De zorg komt vaak genoeg binnen. En mijn dochter komt, en mijn zus als ze in Nederland is.’ Meer bezoek hoeft voor haar niet. Ze
hoeft niet opnieuw geconfronteerd te worden met mensen uit haar verleden, mensen van haar werk. ‘Dat vind ik lastig,’ zegt ze eerlijk. Er zijn hulpmiddelen die haar zelfstandigheid ondersteunen, zoals de eetrobot waardoor ze ‘zelfstandig’
kan blijven eten zonder hulp van de zorg. De pijn wordt verlicht door morfinepleisters, en als er doorbraakpijn is, helpt een speciale neusspray. ‘Dan gaat het weer beter,’ zegt ze.
De race
Naast de praktische dingen die haar helpen door de dag heen, zijn er ook rituelen waar ze naar uitkijkt. Op zondag is de wereld even precies zoals zij die het liefst heeft, want dan is er Formule 1. ‘Dan zetten ze me om één uur ’s middags al in mijn pyjama.
Dan kan ik de hele voorbeschouwing kijken, de race en de nabeschouwing. De zorg weet dat ik kijk. Ze houden er rekening mee. Dat vind ik heerlijk.’ Ze lacht, en je ziet hoe belangrijk zulke kleine rituelen zijn. Waar ze wel moeite mee heeft, is het gevoel soms
tekort te schieten naar haar dochter. ‘Ik wilde haar niet belasten. Daarom ging ik zelfstandig ergens wonen. Maar soms voelt het alsof ik haar in de steek heb gelaten. Ik had graag meer voor haar willen doen, zeker toen ze zelf moeder werd.’ Ze zucht. ‘Iedereen zegt dat dat niet zo is. En ik weet dat het goed gaat met haar. Ze heeft haar leven, haar bedrijf, haar gezin. Daar ben ik heel blij om. Dat maakt me heel trots.’
Ze weet dat haar toekomst hier ligt. ‘Ik zal hier overlijden,’ zegt ze zonder aarzeling. Niet zwaar, gewoon een feit. ‘Ik voel me hier veilig. Er zijn altijd mensen in huis. Als er iets is, komt er iemand. Dat vind ik prettig.’
Aan het einde van het gesprek is de sfeer rustig en vertrouwd. Het gesprek was fijn en waardevol. ‘Ik kan oprecht zeggen dat ik gelukkig ben,’ zegt mevrouw Uding, en met die woorden neem ik afscheid.
Publicatiedatum: 29 januari 2026