
Wzd in de praktijk: wat doe jij?
Vanuit de e-learning over de Wet Zorg en Dwang (basistraining) kwamen herkenbare praktijkvragen naar voren. In deze nieuwsbrief bespreken we enkele van deze dilemma’s.
De kern van de Wzd is steeds: vrijheid is het uitgangspunt. We beperken alleen als dat nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Daarbij is het belangrijk dat duidelijk is welk ernstig nadeel je wilt voorkomen. Die afweging maken we bewust en zorgvuldig.
Als een bewoner met een RM komt wonen
Wanneer een bewoner met een rechterlijke machtiging (RM) bij ons komt wonen, heeft de rechter bepaald dat opname nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Dat betekent dat bescherming nodig is, soms ook tegen iemands wil in. Tegelijk betekent het niet dat iemand automatisch geen enkele vrijheid meer heeft.
In de eerste periode is het belangrijk dat de bewoner kan wennen. Wij nemen de tijd om iemand te leren kennen: hoe reageert iemand op de nieuwe omgeving? Welke behoeften zijn er? Welke risico’s zien we?
Door die risico’s in kaart te brengen, kunnen we bepalen welke begeleiding nodig is. Zo bepalen we of een bewoner, als dat verantwoord is, toch dat rondje kan wandelen. Samen met familie kan gekeken worden wat er, afhankelijk van de situatie, mogelijk is. Bijvoorbeeld door verlofafspraken te maken over wanneer iemand naar buiten mag, met wie, hoe lang en wat we doen als het niet goed gaat. Het is belangrijk om je te bedenken dat het voor familie niet logisch is dat zij niet zomaar met hun naaste kunnen wandelen en dat afspraken hierover horen bij een Rechtelijke Machtiging.
Deze afspraken worden getoetst, leggen we vast in het zorgplan en evalueren we regelmatig. Steeds blijft de vraag: wat kan er nog wél, in het belang van de bewoner?
De koektrommel in de nacht
Soms zit onvrijwillige zorg in kleine dagelijkse situaties. Bijvoorbeeld een bewoner die ’s nachts op zoek gaat naar koekjes. Stel dat een bewoner ’s nachts een keer de koektrommel leegeet. Dat is misschien niet handig, maar als er geen risico is voor de gezondheid, is er meestal geen sprake van ernstig nadeel. Dan hoeven we het gedrag niet te beperken. Maar eet een bewoner met diabetes iedere nacht veel koekjes en raakt de bloedsuiker ontregeld, dan kan er wél sprake zijn van ernstig nadeel. Als we dan de koektrommel weghalen en de bewoner wil dat niet of verzet zich, kan dit onvrijwillige zorg zijn.
Kijk hiernaar met oprechte nieuwsgierigheid: waar komt dit gedrag vandaan? Hoe groot is het risico? Is er echt sprake van ernstig nadeel wanneer iemand de koektrommel weet te vinden?
Misschien is het voldoende om een passende snack aan te bieden of moeten we toch andere afspraken maken. De wet vraagt ons steeds om die afweging bewust te maken.
Als familie het anders ziet
Het komt voor dat familie het gedrag van hun naaste anders inschat dan het team. Dat kan schuren. Toch is het belangrijk om het gesprek open te houden. Familie kent de bewoner al heel lang. Wij zien de bewoner dagelijks in het wonen en leven op de afdeling. Beide perspectieven zijn waardevol.
Blijven de inzichten verschillen: leg observaties objectief vast, bespreek signalen met arts en psycholoog, maak samen een plan dat past bij het welzijn van de bewoner.
De Wzd vraagt van ons dat we blijven kijken naar de bewoner, blijven afwegen en met elkaar in gesprek blijven. Zie je signalen of twijfel je over een casus? Ga hierover in gesprek binnen je team en tijdens de gedragsvisite.
Publicatiedatum: 12 februari 2026